Inloggen

1867_3_Kobus_kwaliteit_roteren-1.jpg


Kobus & Koosje blikken terug.



1868_4_Koosje_kwaliteit_roteren-1.jpg

Even voorstellen:

Wij zijn niet geboren maar gecreëerd en wel door mevrouw van der Maas,

de echtgenote van loods Aart van der Maas. Aanvankelijk werden wij

gecreëerd t.b.v. een buikspreeknummer hetgeen op een jubileum avond

groot succes oogstte. Toen echter het loodsenkoor werd opgericht werden

we onmiddellijk als mascotte ingezet d.w.z. ik (Kobus) beet het spits af

en Koos was de ‘stand-in' en trad ook op als vervanger zoals die keer

in Brunssum toen ik gekidnapt werd. Omdat wij vanaf het eerste uur bij

het koor betrokken zijn geweest en altijd een prominente plaats innemen,

ligt het voor de hand dat wij eerst op 35 jaar terugblikken. Overigens,

we zijn genoemd naar twee onafscheidelijke illustere loodsen.


Zeilolympiade 1972.

Goed hier komen mijn herinneringen. Een jaar na de oprichting werden we

uitgenodigd om tijdens de afscheidsplechtigheid van de zeilolympiade in

Kiel, twee Duitse loodsenkoren te komen versterken. Daartoe werd door

Claus. Hilgendorf van de Lotsen Brüderschaft een vrachtvliegtuig van de

Luftwaffe georganiseerd. Zo konden we vanaf Zestienhoven opstijgen in

een gigantisch groot vliegtuig en mocht ik samen met onze oudste loods

Rinus Kooger plaatsnemen naast de piloot in de cockpit, een geweldige

ervaring. In Rensburg, het vliegveld waar we na enige tijd landden,

kregen we een demonstratie van Duitse gründlichkeit. Terwijl ons toestel

uittaxiede werden we gevolgd door een Duitse autobus die, nadat de

enorme achterklep van het vliegtuig was geopend, als het ware naar

binnen reed. Op iedere zitplaats lag een lunchpakket en de Duitse

emigratie ambtenaar was uiteraard ook aan boord om onze paspoorten te

controleren. Dat Cor, ons Pietje Precies, het paspoort van zijn vrouw

bij zich had stond in schrille tegenstelling tot de Duitse

'gründlichkeit'. Dat heeft ‘Corrie' dan ook de hele reis moeten horen.

Tijdens deze tournee hadden we nog een indrukwekkende ervaring toen we tijdens een rondvaart in de Kielerbocht mee gingen liggen met het

uitvarende Poolse volschip ‘Dar Pormoza' en de bemanning toezongen met

het bekende ‘Rolling Home'. Later hoorden we van de Duitse loods, die het

schip uitbracht, dat de kapitein enorm geroerd was en met tranen in de

ogen vroeg om ons heel hartelijk te bedanken.


Kiel.

Dit eerste bezoek aan Kiel heeft in die 35 jaar nog dikwijls een vervolg

gehad en is er een hechte vriendschap gegroeid tussen de ‘Knurrhähne'en hun ‘Seeschwälbchen'. Om enigszins orde te scheppen in mijn herinneringen zal ik deze oproepen per land of continent, te beginnen met..........


Nederland.

Uiteraard begin ik in Vlissingen en wel in de St. Jacobskerk. Deze kerk,

waar je jezelf hoort zingen, is een beetje onze thuishaven. Niet in het

minst door zijn maritieme uitstraling wat vooral onderstreept wordt

door de twee ‘hangscheepjes' die hoog boven in de kerk de aandacht

blijven trekken. Zij nog opgemerkt dat deze prachtige modellen van een

hoogaars en een loodsschoener gemaakt zijn door collega loodsen. Eén van onze eerste optredens vond plaats in het kader van de viering van het

100 jarig bestaan van het kanaal door Walcheren. Uiteraard waren hier

een keur van autoriteiten uitgenodigd. Om deze plechtigheid nog meer

cachet te geven waren er een drietal Belgische hoornblazers

gecontracteerd. Dit forse drietal, getooid met indrukwekkende snorren,

was speciaal gekomen om de opening voor hun rekening te nemen en dat

deden ze met verve. Toen alle genodigden gezeten waren, verschenen ze op het podium, zetten de hoorns aan de lippen en bliezen de eerste maten

van het Wilhelmus. Twee hoge militairen die op de eerste rij zaten keken

elkaar aan en gingen heel voorzichtig omhoog, maar op het moment dat ze

bijna gestrekt waren veranderde de melodie en zakten de twee

hoogwaardigheidbekleders weer geruisloos door de knieën. Dit was het

moment waarop de Belgen elkaar aankeken en een vette knipoog gaven en

dachten (ik kan gedachten lezen):"Ziezo we hebben die Ollanders te grazen" (vrij vertaald, want in het Vlaams denkt men nog anders.)


Amsterdam.

Al bij de eerste ‘Sail' waren wij van de partij. Op een zonnige

zondagmiddag reden we met een bus van ‘Van Fraassen' naar Amsterdam om op te treden aan boord van de ‘Eendracht'. Aanvankelijk verliep alles

naar wens, logisch want ik zat voorin bij de chauffeur. Dit duurde

echter tot dat we de stad binnen reden en de chauffeur vroeg of er

mensen waren die de weg wisten. Zo'n veertig ‘wegwijzers op het water'

begonnen zich er mee te bemoeien met als gevolg dat we op de Dam

muurvast kwamen te zitten. Gelukkig werden we verlost door een agent te

paard en die loodste ons vakkundig door de stad. Deze chauffeur heeft

nooit meer aan loodsen de weg gevraagd. Na een internationale ‘barbecue'

en een optreden aan boord van de ‘Kaatje' pp het binnenplein van de

kweekschool zijn we diep in de nacht, moe maar voldaan thuis gekomen.

Als ik aan Amsterdam denk, dan denk ik ook aan die Nieuwjaarsreceptie

van de gemeente Amsterdam. Deze vond plaats in het Concertgebouw en we waren toch wel trots dat we die mochten opluisteren met onze seasongs en shanties. Overigens, welk koor krijg je zo gek om op 1 januari op te treden? Een ander optreden dat toch wel indrukken heeft achter gelaten was de opvoering van onze musical ‘Een reis rond de wereld' in

de Stadsschouwburg van Amsterdam. Iets om niet te vergeten, zowel de

matinee voostelling als de avondvoorstelling waren beiden uitverkocht.

Opvallend was de professionele houding van de toneelmeester en zijn

crew. Er werd niet lacherig gedaan over ons décor wat in twee

aanhangertjes werd vervoerd. Ook de geluidsmensen waren van het zelfde

kaliber en namen ons bloedserieus. Kortom mede door hun inspanning

kunnen we terugzien op een hoogtepunt van onze optredens met deze

musical. Tenslotte, een reactie van twee oude dames na de matinee

voorstelling, mag ik u niet onthouden:"Wij zijn in Indië geboren en

we hebben genoten van de voorstelling. Vooral het lied ‘Terang Boelan' en

het dansen van die mooie dames heeft ons geroerd en we hebben even

moeten huilen'. Zij nog opgemerkt dat ik in de musical ook meespeelde. Als ‘uitkijk' zit ik in het want en heb zodoende een goed zicht op de bezoekers op de eerste rij.


Delfzijl.

Nu ik het toch over de musical heb, deze werd ook in Delfzijl opgevoerd.

Om comfortabel naar het uiterste punt van Nederland te reizen hadden we

besloten met de trein te gaan. Het gereserveerde gedeelte was door

middel van een duidelijke annonce door de NS aangegeven met het bordje Schele Loodsen Koor'. We hebben overigens de beste herinneringen aan Delfzijl... wat te zeggen van de gastvrijheid ? Zo werd onze Joep (hij heet eigenlijk John) een keer liefdevol opgenomen (niet letterlijk) door twee dames. Wat was het geval ? Joep was nog even blijven ‘nagalmen' in de

Molenberg...reuze gezellig...tot dat hij zich herinnerde dat hij bij de familie de Vries was ondergebracht. Op zijn vraag: ‘Waar is de familie de Vries ?',

meldden twee dames dat zij naar de naam de Vries luisterden. Waarop Joep zei: ‘Dan moet ik met jullie mee'. Zo kon het gebeuren dat rond 2 uur

in de nacht de telefoon bij loods Ger de Vries overging en een bezorgde

vrouwenstem vroeg: ‘Mist u niet iemand, een zekere Joep?' Het antwoord

van Ger: ‘Nu u het zegt, inderdaad die zou hier slapen.' ...'Maakt u

zich dan maar geen zorgen want deze aardige jongeman slaapt bij ons. Hoe

laat en waar moeten wij hem afleveren ?' Wat ook waard is te memoreren

is de keer dat we op een receptie van het plaatselijke brandweercorps

spontaan een bijdrage leverden door het zingen van het lied Fire.

Dit werd zo gewaardeerd dat we nog uren mee mochten helpen met het ‘na blussen'. Genoeg over Delfzijl want daar zou je een boek over kunnen

schrijven, dus gaan we naar............


Rotterdam.

Ook hier gaven we acte de présence en hebben we een keer een bevriend koor uit de brand geholpen .Hun dirigent had nl. aan zijn stutten getrokken...maar dat was nog niet het ergste, hij had ook de accordeonist meegenomen. Op zo'n moment springt onze violist bij en ook Shanty Jack, een accordeonist uit Hull was bereid om te helpen. Er moest uiteraard wel even geoefend worden en dat verliep tot volle tevredenheid. In deze stemming pakten we de tram (hiervoor hadden we gratis vrijkaatjes gekregen) en werd koers gezet naar de sporthal waar alle shantyzangers waren ondergebracht. In de tram werd nog even door gerepeteerd en het werd nog leuker toen er een groep jonge meiden aan boord kwam. Deze dames, getooid met feestmutsjes, verkochten roosjes voor een goed doel en als extra gaven ze voor iedere roos een zoen. Onze erevoorzitter kennende, vond dit een geweldige actie en het gaf een extra cachet aan de feestvreugde ...en toen... stopte de tram op het eindpunt.


‘Beste zangers, hartelijk bedankt voor jullie optreden, ik vond het zo mooi dat ik jullie heb meegenomen naar het eindpunt. Over tien minuten vertrekken we en dan zet ik jullie af bij de goede halte.' Zo dit was de conducteur ‘speaking'.


Den Helder.

Tijdens één van de ‘Vlootdagen' waren we uitgenodigd en na een dag van

allerlei optredens gingen we toch nog maar even de stad in om te kijken

of daar nog wat te snabbelen viel. Op een rustiek pleintje troffen we

het orkest van de Russische ‘MIR'. Deze rasmuzikanten vermaakten de

omstanders prima en er werd dan ook enthousiast geapplaudisseerd. Dit

had tot gevolg dat een paar van onze koorleden gingen ‘matzen' voor die

Russen hetgeen bijzonder werd gewaardeerd. Uiteraard moest daar op

gedronken worden en waar doe je dat beter dan in de kroeg, waar ook

toevallig onze Russische vrienden de kelen smeerden. Op de vraag of hun

shantyman misschien toevallig ook het lied ‘Avond op de rede' kende werd

(na even neuriën) bevestigd geantwoord en werd dit lied spontaan door

hem ingezet... Kunt u zich voorstellen wat er gebeurde toen bijna alle

aanwezigen in de kroeg uit volle borst het refrein in het Russisch

meezong? Grote klasse, waarvan acte.


Vlieland.

Met dit eiland en zijn bewoners hebben we wat. Hun zeemanskoor lijkt op dat van ons, de spontaniteit en de manier waarop Auke de zaak aan elkaar praat, geweldig. Ook de organisatie, perfect, alles is bij aankomst van ons koor met drie zgn.'bruine vlootschepen' geregeld en staan de fietsen klaar. Tussen onze bouwploeg en hun vrijwillige medewerkers klikt het onmiddellijk en daarom gaat onze musical, ondanks de beperkte ruimte, gesmeerd. Reden tot ‘nagalmen' en daarna op de fiets in de gietregen door een aardedonker bos. Nog een slaapmutsje aan boord en dan de kooi in want de schipper verwacht windkracht 10 op het Wad. Heel vroeg in de morgen hoor ik gestommel en dan gaat er één van onze koorleden, die ooit zijn carrière voor de mast begonnen is, een handje helpen en gooit het spring los. Ook het aflossen van de roerganger gaat geroutineerd, voor koffie wordt gezorgd. Een klein schoonheidsfoutje wordt geconstateerd wanneer een angstig kopje van één van de Indische danseresjes verschijnt. Zij zouden nl. met de ferry reizen i.v.m. eventuele zeeziekte. Goed, we zijn zonder brokken in Harlingen aangekomen en toen begon het echt spannend te worden want windkracht 10 in een dubbeldeksbus blijkt gevaarlijker dan met een tjalk op het Wad. Een paar jaar later gaan we weer naar Vlieland. Nu voor de première van de nieuwe musical ‘Shadows of Time'. De formule is dezelfde, ook nu weer heeft Hans, onze reisleider, de koorleden met meesterhand over de drie ‘bruinevlootschepen' verdeeld. De hernieuwde kennismaking is hartelijk, de fietsen staan gereed, het weer is prachtig en de musical loopt als een trein. Kortom wederom een geweldige ambiance. Wie respect afdwingt is onze vrouwelijke schipper, met haar 25 jaar laat ze haar gezag gelden en zet ze op geruisloze wijze al die aanmerkelijk oudere bevaren loodsen soepel naar haar hand. Natuurlijk is er nog veel meer te vertellen over al onze belevenissen in eigen land, maar dan kom ik niet meer toe aan onze buitenlandse reizen. Vandaar dat ik nu over ga naar.............


Engeland.

En als ik aan Engeland denk dan denk ik aan Liverpool en als ik aan Liverpool denk, dan denk ik aan Stan Hugill en Tony Davis. Hier maakten we kennis met de enige toen nog in leven zijnde ‘shantyman'. Stan die kans zag om met zijn rauwe stem moeiteloos met ons koor mee te zingen en de solo's voor zijn rekening te nemen. Van af het begin is er een warme vriendschap ontstaan tussen Stan en ons koor. Zelf ben ik trots op zijn handtekening op de manchet van mijn overhemd. Tony Davis zei ooit, als men vroeg waarom hij toch altijd dat loodsenkoor uit Vlissingen naar Engeland haalde: ‘ The Scheldt Pilots Choir has so much more to offer.' Daar mee bedoelde hij dat wij instaat zijn om ons bij bepaalde gelegenheden op passende wijze te presenteren. Zo gingen we op één van onze eerste reizen onze opwachting maken op een receptie van de burgemeester van een naburig stadje, die voortkwam uit de loodsengroep. Uiteraard gebeurde dit in ons loodsenuniform en na dit optreden stapten we zo uitgedost in de bus voor een etentje in de loodsenclub. Gezien het feit dat dit de laatste avond was van ‘Sail Liverpool' wat zou worden afgesloten met een groots vuurwerk, zat het verkeer in de stad muurvast. Na enige uren en zo'n honderd meter vooruitgang, besloten we te voet verder te gaan, waarbij uiteraard gezongen werd. Dit werkte zo aanstekelijk dat een aantal jongedames hun vriendjes de slip gaven en bij ons inhaakten. (dit is wel zo'n dertig jaar geleden m.a.w. wij waren ook dertig jaar jonger.) Als ik aan Liverpool denk, dan denk ik ook aan die oude dametjes die met hun cassette recordertjes opnamen zaten te maken of aan het publiek wat tijdens een regenbui niet wegliep maar bleef luisteren. Eén keer heb ik zelfs, met dank aan Einar, nog mijn buiksprekers act op mogen voeren voor een aantal Engelse kleuters. Wat we ook nooit zullen vergeten is ons optreden in het ‘Sunlight Theater' Een piepklein intiem theatertje, waar uiteraard alle maten in Engelse duimen zijn. Zodoende hebben we enige aanpassingen (zeg maar slopen) moeten doen om ons décor binnen te krijgen. De toneelmeester, die op die dag zijn verjaardag vierde, nam nog een slok...en daar hebben we dan ook geen last meer van gehad. Genoeg over Liverpool. Hoewel ? Het is wel verleidelijk, weet je nog hoe we gefeest hebben toen Harm hoorde dat hij Opa was geworden...de uitvoering van de ‘kaarsjesdans' met twee aanstekers door één van onze dansdames die precies op het aanrecht paste...?. Beste mensen, ik ga speed maken en Engeland afsluiten met.............


Newcastle.

We waren daar ondergebracht in een studenten campus buiten de stad. De laatste avond van Sail-Newcastle werd te doen gebruikelijk met vuurwerk afgesloten. Wij mochten met ons koor in het stadhuis voor de entertainment zorgen en wel in de sfeer van het zeilgebeuren. Na dit geslaagde optreden stonden we buiten op het plein te wachten op de bus, die niet kwam, want zoals het meestal gaat zat ook hier alles muurvast. Dus haalde Monty zijn accordeon te voorschijn en ontstond er een spontane ‘community singing'. Een aantal loslopende dames vonden dit wel zo leuk en gingen petjes ruilen Toen we later de balans opmaakten misten we vier oud-loodsen petjes in ruil voor een politiepet en een grote Russische marinepet. Toch komt na al die gezelligheid het moment dat de zangers naar huis willen en dat is dan ook het moment dat de reisleider, in dit geval Ton, wordt geconfronteerd met dat probleem. Ton loste dat dan op zijn manier op, hij nam contact op met een hoge politiefunctionaris en deze op zijn beurt schakelde de M E in...en zo gebeurde het dat we met boevenwagens keurig op de campus werden afgeleverd. Nu stop ik echt over Engeland en ga naar .........

Amerika.

In het kader van ‘Sail-Boston' vlogen we met British Airways naar de States. Helaas mocht ik niet in de cockpit zitten. In hoeverre dit de landing in Boston heeft beïnvloed zal wel altijd een raadsel blijven. Een feit is wel dat toen de piloot de Boeing 747 aan de grond zette, dit met een enorme dreun gepaard ging, zodanig dat alle zuurstofmaskertjes te voorschijn kwamen en iedereen stijf van schrik in zijn stoel zat. Toen kwam de rustige stem van de gezagvoerder:


‘Welcome in Boston, sorry since the last time I was here, they raised the platform about three feet...but I think you noticed that allready.'


Na dit stukje typical British humor mochten we uitstappen en onze behuizing in het Fisher College opzoeken. Typische studentenkamers en zo als dat ook bij ons is, de ene student is de andere niet. Mijn kamer had één nadeel, net buiten de deur stond een enorme coca-cola automaat die om de tien minuten aansloeg. Ondanks de wervende tekst ‘Enjoy your drink' heb ik de volgende nacht de stekker er uit getrokken. En zo maakte iedereen zijn accommodatie leefbaar. Er waren trouwens nog meer pluspunten zoals het ontbijt, overvloedig en gezellig, zo met zijn allen. De gemeenschappelijke ruimte werd iedere morgen gebruikt om te repeteren. Deze ruimte was ook erg geschikt om een verjaardag te vieren, een feest wat Ton nog jaren lang zal heugen. Wat te zeggen van een act samen met een echte buikdanseres. Wat ook indruk maakte was ons optreden in de Kennedy Library. Toen we binnenkwamen was kapitein Foshammer van de ‘Danmark' druk bezig om alle aanwezige kapiteins en officieren van de grote zeiljammers aan het zingen te krijgen. Dit lukte niet helemaal dus mochten wij bijspringen. Vooral ons internationale repertoire ging er in als gesneden koek, dat wil zeggen behalve bij een Italiaanse ‘dame'. Zij ging als een furie onze voorzitter en spreekstalmeester Ruud bijna te lijf en eiste dat wij een Italiaanse shanty zouden zingen. Mijn voorstel dat ik ‘Santa Lucia' voor haar wilde zingen had een averechts effect. Wat ook indrukwekkend was, was onze bijdrage aan de dienst in de North Church t.g.v. ‘The Blessing of the Sails'. Na afloop van deze plechtigheid gingen we de stad in en dronken een biertje op een gezellig terras. Op dit terras stond een onbemande vleugel dus werd de viool van onze violist op de vleugel geparkeerd. Dit was voor de pianist, die even een sanitaire stop had gemaakt, reden om de violist uit te nodigen om samen wat te spelen. Nu heeft Monty heel goede oren, dus ook hij sloot zich onmiddellijk aan. Om een lang verhaal kort te maken, het terras liep vol, één van de serveersters ontpopte zich als een verdienstelijke zangeres en het geldbakje van de pianist werd gevuld. Een gunstige bijkomstigheid was het feit dat ‘Cheers' dichtbij Fisher College was gelegen en dat werd dus onze 'stamkroeg'. Met een optreden in het ‘State House' kwam er een waardig einde aan deze trip.


Geachte lezers, ik ga me nu door Koosje laten aflossen, ik krijg nl. een nieuw uniform en daarbij komt dat Koosje gespecialiseerd is op de landen net voor en achter het IJzeren gordijn. Om te beginnen is dat de reis, zo rond de Kerst, naar Wenen. Ik ben niet zo breedsprakerig als mijn vriend, dus ga ik het erg kort houden. De reis met de bus ging vlot, alleen die chauffeur heeft de hele reis over zijn schoonmoeder zitten zeuren. Wat onze optredens betreft vond ik die aan boord van de cruiseboot op de Donau heel erg geslaagd. Dat was trouwens ook het geval met het slotoptreden waar wij met het lied ‘Alle Menschen werden Brüder' deze tournee mochten afsluiten. Toen het IJzeren gordijn in Polen enigszins was opgetrokken zijn we afgereisd naar Krakov. Vier en twintig uur in een bus en dan zijn er kaarters onder ons die dat helemaal niet erg vinden. Aan deze trip werd ook deelgenomen door een journaliste van de P.Z.C. . Al vlug bleek dat Claudia zich als een vis in het water voelt tussen dit loodsenvolk. Goed, na 24 uur rolden we uit de bus en konden we kiezen of de stad in of naar bed. Uw Koos koos voor het laatste. 's Avonds was het al direct raak en kregen we een voorproefje wat ons te wachten stond. In een grote sporthal, waar een blind paard geen schade kon doen, was de jeugd van Krakov verzameld en die wilden maar één ding...en dat was feest vieren. Logisch, na al die jaren van onderdrukking was er alle reden voor een feest en zo kon het gebeuren dat Stan Hugill op zijn leeftijd, van tegen de tachtig, als een popster werd gevierd. Ook ons koor voelde die sfeer feilloos aan en het repertoire werd er dan ook geheel op afgestemd met als gevolg dat er werd meegezongen en gedanst. Toen na het optreden de koorleden het podium verlieten moesten ze handtekeningen zetten en werden soms in de kring opgenomen om mee te dansen. Ik kon reuze goed opschieten met Claudia en mocht haar vergezellen naar een persconferentie alwaar ze duidelijk maakte dat het voor haar meer was dan een gezellig uitstapje.Uiteraard maakte ze een uitstekend verslag van e.e.a. Na deze hectische dagen mochten we wederom 24 uur in de bus plaatsnemen om daarna moe maar voldaan thuis te komen.


St. Petersburg.

was de volgende uitdaging. Deze tournee was op uitnodiging van de Nederlandse regering in het kader van een Nederlandse promotie week. Een week waarin van alles gebeurde, zoals de onthulling van een monument van ‘Tsaar Peter de Grote' door onze kroonprins Willem Alexander. De andere deelnemers aan deze happening waren de ‘ Marinierskapel', Mini en Maxi en het Folkloristisch danstheater. Voor dat we aan de ‘Nederlandse Avond' deelnamen hadden we eerst een aantal optredens op verschillende locaties in de stad. Zo was daar een buiten optreden op een Nederlandse markt. Eén van de toeschouwers bleek een ex operazangeres te zijn. Toen ze in de gaten kreeg dat Janneke, onze altvioliste, zat te vernikkelen van de kou gaf ze spontaan haar omslagdoek. en die wilde ze onder geen beding terug hebben. Wat me is opgevallen tijdens deze tournee, is dat de Russen hun waardering willen laten voelen door iets cadeau te geven. Zo kreeg ik diezelfde middag van iemand uit het publiek een horloge.Tijdens een uitstapje naar Novgorod, een plaats tussen St.Petersburg en Moskou, waar we 's avonds in de concertzaal moesten optreden liepen we voor af gaand van het concert door de stad en stopten bij een souvenir stalletje. Hier hing een affiche waar we uit op konden maken dat dit betrekking had op ons optreden. Vooral de naam van onze dirigent was duidelijk herkenbaar, toen de verkoopster dit door had, nodigde ze Léon uit om iets uit haar kraam uit te zoeken. Ons concert in de prachtige concertzaal was een enorm succes en dat had tot gevolg dat er drie jongedames, allen met een roos, het toneel bestormden en die aanboden aan koorleden die ze uiteraard te voren hadden uitgekozen. Ook onze dirigent viel in de prijzen, een jonge kunstenaar gaf een set studietekeningen van werken van Rembrandt. Het gekste wat ik echter heb meegemaakt vond plaats na een optreden in een kerk die ook dienst deed als concertzaal. Na ons optreden werden er C.D's van ons koor te koop aangeboden. Een oud vrouwtje liep buiten de kerk te bedelen en klampte daartoe, met succes, onze koorleden aan. Ik zag toen dat ze een paar keer haar geld telde en prompt een C.D kocht. Daarna kwam dan de ‘Nederlandse Avond' in zicht. Deze werd bijgewoond door prins Willem Alexander, onze minister president en nog een aantal hoogwaardigheids bekleders waarvan de namen me ontschoten zijn. Aan ons de eer om met het lied ‘Sailing' de avond te openen. Nog voor dat het koor geluid uit kon brengen, klonk er gelach en applaus. Wat was het geval ? De huiskat voerde haar eigen act op en liep statig over het toneel en kreeg uiteraard een open doekje. Het pleit voor de zangers dat ze hier niets van hebben gezien, zo geconcentreerd keken ze naar de dirigent. Na ‘Sailing' volgden er nog een paar seasongs en toen kwamen Mini en Maxi aan de beurt. Deze ras artiesten, die overal ter wereld succes oogsten met hun bijzondere manier van acteren, stalen ook hier de show. Dat de ‘Marinierskapel' heel wat in zijn mars heeft, werd ook deze avond weer bewezen en waartoe het Folkloristisch danstheater in staat is werd zelfs door de Russen, die heel wat gewend zijn, hogelijk gewaardeerd. Kortom, deze avond was een Nederlands visite kaartje van grote klasse. De thuisreis van het koor met hun dames ging in twee gedeelten, één deel ging per lijnvliegtuig en het andere deel met de regering DC-10. Vooral dit laatste vliegtuig zal altijd in de herinnering blijven, want waar maak je het mee dat je voor je eigen catering moet zorgen? Een compliment voor de dames die als volleerde stewardessen zich van hun taak kweten..Verder wil ik ook memoreren dat Hans, onze violist, nog nooit zo hoog gespeeld heeft, waarvan acte. Zie zo Kobus, ik heb mijn best gedaan en aan jou de eer om onze reizen naar


Australië.

te verslaan. Zo hier gaan we dan ...maar wel met reuze kangeroe sprongen. Het eerste sprongetje ging van Schiphol naar Londen en daarna met een reuze sprong direct naar Singapore. Hier werden we ondergebracht in een schitterend hotel ‘Concorde'. Dit hotel was van alle gemakken voorzien, zoals een airconditioning die zorgde voor een aangename temperatuur. Later zou blijken dat dit apparaat ook nog een verrassing in petto had. Ook onze (vrijgezelle) Jaap zorgde op de valreep nog voor een verassing toen hij probeerde om dwars door een glazen deur te lopen. Ter informatie, de deur bleef heel... wel een manier om in een ziekenhuis terecht te komen, alwaar hij door lieve verpleegstertjes werd vertroeteld. Zonder Jaap toch maar met een vliegtuig van Qantas koers gezet naar Perth, alwaar we hartelijk werden begroet door onze gastgezinnen. Twee historische optredens dienen gememoreerd te worden nl dat. met op de achtergrond de overblijfselen van het V.O.C. schip de ‘Batavia' en aansluitend het optreden voor de in aanbouw zijnde replica van de ‘Duyfken'. Aan een echt Hollands sfeertje mochten we ook een bijdrage leveren en wel in het ‘Quarry Amphitheatre'. Een openlucht theater waar we onder een stralende tropische sterrenhemel, samen met een big band, behalve met onze shanties ook met een aantal meezingers een bijdrage mochten leveren, iets wat door de leden van de Nederlandse Club bijzonder werd gewaardeerd. En toen mochten we ons alweer klaar maken voor de derde sprong van Perth naar Sydney . Inmiddels was Jaap gelukkig ook weer gearriveerd, zij het met een enorme snee in zijn neus (letterlijk). In Sydney werden we ondergebracht in het het Kensington College, een afdeling van de University of New South Wales. Hier kwam de verrassing uit Singapore aan het licht, er had zich nl. in de airconditioning van het 'Concorde' hotel een virus verstopt met een incubatietijd die zorgde dat we in Sydney de gevolgen hiervan zouden ondervinden. Iedere morgen bij het ontbijt werden de slachtoffers geteld en vroegen we ons na een paar dagen af of we nog wel een koor over zouden houden. Ik heb het vol gehouden tot na de ‘Street Parade' en toen werd ook ik geveld. Hoewel we wel in aanmerking kwamen voor het predikaat ‘Het Schorre Loodsenkoor.' zijn we er toch in geslaagd om aan onze verplichtingen te voldoen. ‘The Dutch Weekly' schreef het volgende: ‘Kun je nog zingen, zing dan van de zee We hebben het in Europa en de U.S.A. welbekende Schelde Loodsen Koor (SLK) uit Vlissingen hier gehad voor de "Tall Ships Australia 1998" viering.enz. enz. Ondanks alles toch genoten van de stad Sydney en de prachtige natuur. De vierde sprong ging naar Melbourne, waar we in een vroeger klooster, nu St. Mary's College onze kamers mochten in ruimen en genieten van de prachtige tuin. Een paar optredens sprongen er uit en wel dat aan boord van de ‘Polly Woodside' een bark uit 1855, en het optreden in een restaurant waar als 't ware de ramp met de ‘Titanic' min of meer wordt nagespeeld (hoe verzinnen ze het.) De sprong naar Tasmanië maakten we met de ‘Spirit of Tasmania', heel comfortabel en het was een leuke ervaring toen ik ‘s morgens als uitkijk op de brug als eerste Tasmanië boven de kim zag komen. Wat bij het ontschepen opviel en heel amusant was, was het zgn. ‘fruithondje'. Dit hondje was opgeleid om fruit in de bagage te ontdekken, bij elke geslaagde operatie kreeg ze een applaus van de passagiers.


Tasmanië

wil ik eigenlijk afdoen met een aantal ‘steekwoorden' en dan daarna overgaan naar onze tweede reis, die drie jaar later plaatsvond. Opgewacht door Janna en Lou, deze namen staan voor de begrippen gastvrijheid en organisatie. Logies in motel te Hobart, prima ambiance. Baron Freddy von Schmidt, van beroep arts en voorzitter van de Dutch-Australian Sociëty hield vaste spreekuren voor onze herstellende patiënten. Excellente barbecue onder ideale weersomstandigheden en in een prachtige omgeving. Optredens in feesttent en aan boord.van schepen in de haven waren een groot succes. Ons laatste optreden moest klap op de vuurpijl worden en wel in het programma ‘Opera & the Ocean 1998'. Maar dit werd het dus niet want de weergoden hadden besloten om na al die mooie dagen een demonstratie ‘regen' te geven. Niet zomaar een buitje maar één van een hele avond en nacht. De opera zangers lieten zich niet kennen en zongen hun aria's uit volle borst vanonder een parapluie. Ook ons koor liet zich niet onbetuigd en gaf zijn performance van af het dek van een oorlogsschip, heel comfortabel vanonder een zonnetent die pas ging lekken toen we uitgezongen waren. De thuisreis begon met en sprongetje naar Melbourne en daarna met een reuze sprong, dwars over Australië naar Bali, waar een gedeelte van de koorleden uitstapten om in deze omgeving tot rust te komen. De rest van de koorleden moesten nog even doorbijten, maar zij kwamen moe maar voldaan terug in Holland.


Drie jaar later.

Zelfde koor, zelfde trip, zelfde hotel ‘Concorde' in Singapore, deze keer geen virus. Met een paar reuze sprongen waren we weer in Tasmanië. Het programma was nog mooier en interessanter dan drie jaar te voren. Deze keer maakten we een schitterende rondtrip rond het eiland. Hier werden we in verschillende stadjes uitgenodigd door de Hollandse Club en werd elk optreden een ware happening, wat meestal werd afgesloten met massaal mee gezongen smartlappen. Wat me echter het meeste bij is gebleven en nog steeds op mijn netvlies is gegrift, is ons optreden in de gloednieuwe ‘Federation Concert Hall' waar we samen met het ‘Tasmanian Youth Orchestra' een concert gaven. Vooral de jeugdige dirigente Celeste Quinn haalde uit deze aanmerkelijk oudere zangers een niveau waarop Léon alleen maar jaloers kan zijn. Maar ja...hij kan ook niet dansend dirigeren ...en hij heeft ook geen navelpiercing. Met dit concert kwam een succesvol einde aan een succesvolle tournee, wat na een sprongetje naar Melbourne werd afgesloten met een leuk optreden op het ‘Holland Festival' aldaar. De thuisreis verliep redelijk vlot en zo kunnen we terug kijken op een zeer gelaagde Australië reis.


Mede namens mijn vriend Koos spreek ik de hoop uit dat we nog lang met het koor mogen optrekken, tot ziens en de groeten,



Kobus.