Inloggen

Polen



In februari 1991 werden we uitgenodigd voor het tiende Internationale Festival van Shanties, in Kraków notabene... Met deze reis kregen we een verslaggeefster mee van de Provinciale Zeeuwse Courant, Claudia Sondervan. De PZC wilde haar lezers op de hoogte houden van deze avontuurlijke busreis midden in de winter naar een nog maar net 'bevrijd' Polen. En avontuurlijk werd het, maar bovenal vermoeiend. Een busreis van 23 uur met vanaf Oost-Duitsland vooroorlogse wegen en toestanden. De naweeën van het regime waren duidelijk merkbaar. Het hotel straalde dan ook nog helemaal die sombere Oost-Europese/Russische sfeer uit. Maar de Poolse jeugd voelde zich duidelijk bevrijd en verwelkomde ons met een oorverdovend enthousiasme. In een tot theater omgebouwde sporthal 'Corona' waren avond aan avond meer dan 2500 uitzinnige jongelui die met ons meezongen. Overal uit Polen kwamen ze vandaan en ze spaarden er vaak het hele jaar voor. Hoogtepunt waren de optredens met Stan Hugill, de godfather van de Shanties. Hij werd er vereerd als een pop-idool. De TV en de radio zonden alles integraal live uit. Een fantastische happening! Heel indrukwekkend en emotioneel was echter ook het bezoek dat we brachten aan het voormalige concentratiekamp Auswitsch.

Hieronder volgt een gedeelte uit een van de artikelen die 'onze' journaliste Claudia schreef de PZC. (26-2-1991)


"Jeugd breekt sporthal af voor zeemansliederen.

Ze schijnen het echt leuk te vinden

Krakow - Als popsterren voelden ze zich, die 35 Vlissingse leden van het Scheldeloodsenkoor. Drie dagen zon­gen ze op het Shanty-festival in Kraków en elke dag juichte de zaal harder als het 'Pilot Choir from Holland' werd aan­gekondigd. Handtekeningen­jagers, poseren voor foto's met Poolse fans, interviews met de Poolse media, live opnamen voor de Poolse nationale tele­visie. Op weg naar de kleedka­mer werden de loodsen simpel weg gegrepen door dansen­de jongeren. Meehossen was de boodschap. Lang nadat de Vlissingers de kleedkamer waren ingerold zong de me­nigte hun nummers gewoon door. In het Pools. Het Glory, Glory halleluja uit de shantty John Brown was ver­uit favoriet bij de Poolse jeugd. Maar ze leken ze allemaal te kennen. De vermoeidheid van de 23 uur lange busreis van de dag en nacht ervoor was na het eerste concert al vergeten bij de aanblik van een sporthal die tot de nok toe gevuld was met feestende jongeren. De twee to­rens van geluidsboxen die het podium flankeerden kregen niet genoeg volume de zaal in om het publiek te overstemmen. Twintig jaar treedt het Schel­deloodsenkoor nu op, maar een ontvangst als in Kraków zagen ze nog nooit. Het besef kwam aarzelend. "Ze schijnen de muziek echt leuk te vin­den," glunderde dirigent Han Beekman. Hij dirigeerde het grootste koor van zijn leven: dik 2500 zingende Polen.

Gretig

Wat zoeken jongeren in een stad die hemelsbreed ruim 600 kilometer van de dichtstbij­lijnde kust ligt bij folkmuziek en zeemansliederen? Ook hier klinken de Rolling Stones uit de radio en ligt muziek van Ma­donna en Prince in de winkels. Dat ze na twee jaar democratie nog niets gewend zijn, lijkt een te makkelijk argument, dat bovendien onderuit gehaald wordt door de gretigheid waar­nee jongeren bij de standjes cassettebandjes, tekstboeken, sweaters en alles wat maar met shanty te maken heeft verza­melen. ,,Die Hollanders zijn great," la­chen drie Poolse meisjes. De kleurrijke zeemansuitdossing van de Vlissingers doet het goed bij het publiek. "Zijn ze really sailors? En met zoveel. De anderen treden op met drie of vijf personen." "Ja, ik hou van rock, vooral van Westerse muziek, maar in Polen heb je ook veel goede bands. Maar shanties zijn anders. Zo vrolijk. Cultuur, traditie. Dat hebben we misschien hier lang ge­mist," denkt de student politi­cologie Jerzy (22) uit Warsawa. De paar bezoekers van veertig en ouder blikken stilletjes ge­nietend, maar onbeweeglijk om zich heen. Engels spreken ze niet. Er wordt gelachen, handen geschud, maar er komt geen antwoord. "Oude mensen komen maar weinig naar het festival," beaamt een jonge Krakówse bezoeker van de sporthal Korona. "Zij zitten nog te veel in het oude Polen met hun hoofd. Het idee dat straks de militia binnenkomt is er nog steeds. Maar niemand kan ons dit festival meer afne­men. We kunnen zingen wat we willen." Vaak delen de jongeren een be­zoekerspas voor de drie festi­valdagen. De ongeveer 25 gul­den (140.000 Zlotych) beteke­nen een hele aanslag op het budget. "Zo hou ik nog wat geld over voor Souvenirs," lacht Szymek (19). Zorgvuldig telt hij zijn bundel papieren vodjes van 500 en 1000 Zlotych.

Vuurwerk

Of Szymek zich zo gelukkig mag prijzen, is maar de vraag: de oude, verveloze sporthal kraakt in zijn voegen door de mensenmassa. Tweeduizend werden er verwacht; grof ge­schat staan er nu nog duizend mensen extra op de wankele klapstoeltjes in de hal. Visioe­nen van brand of neerstorten­de balkons doemen op. Beton­rot en scheuren zijn elders in de stad ook geen zeldzaamheid. Tegen de tijd van het optreden wringen de loodsen zich via een zijingang naar het podium. Vanavond gaan ze de uitda­ging aan: de zaal zo stil krijgen dat er een gevoeliger nummer kan klinken. Tijdens het 'Sa­moa' doven de spotlights en worden de brandende aanste­kers van de zangers in de zaal als op afspraak beantwoord door sterretjesvuurwerk. Waar ze dat vandaan hebben?